Politiek in de Popstad: PvdD
In dit artikel:
“De tijd van ‘voor een wijntje spelen’ is voorbij.” Esmée Fonville (Partij voor de Dieren), jurist en nummer drie op de Haagse kandidatenlijst, legt uit waarom zij de popsector in Den Haag steviger wil beschermen en financieren. Met de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart en het Haags Popdebat op 12 maart op de kalender bespreekt ze hoe de stad popmuziek moet koesteren om zichzelf als popstad te blijven profileren.
Wie en waar: Fonville woont vijf jaar in Den Haag, stond bij het interview op plek drie voor de PvdD en is kandidaat tijdens het debat in PAARD, georganiseerd door PAARD, Popradar en 3voor12 Den Haag. De PvdD had volgens recente peilingen twee à drie zetels; Fonville benadrukt dat het spannend blijft.
Belangrijkste punten van haar visie:
- Financiering: Fonville pleit voor veel ruimhartiger geld voor popmuziek. Ze vindt dat een flinke vergroting van het huidige budget gerechtvaardigd is — niet per se letterlijk de helft van de totale cultuurbegroting, maar wel een verdubbeling van wat er nu naar pop gaat — en benadrukt dat geld primair naar makers en oefenruimtes moet gaan, niet naar overhead.
- Programmering: Gemeentelijk gefinancierde podia en festivals moeten ruimte bieden voor experimentele en vernieuwende programmering, ook als dat minder publiek trekt. Zonder plekken voor experiment ontstaan geen nieuwe acts van het kaliber van een toekomstige Goldband, aldus Fonville.
- Verspreiding van subsidiegeld: subsidies belanden te vaak bij dezelfde grote instellingen. Fonville pleit voor meer gerichtheid op Haagse makers en voor het benutten van landelijke financieringsmogelijkheden voor instellingen die nationaal publiek trekken (zoals Amare), zodat lokale subsidies naar lokaal talent kunnen.
- Behoud van oefenruimtes: Popradar in Loosduinen en soortgelijke broedplaatsen zijn volgens haar cruciaal voor talentontwikkeling. Ze noemt het behoud van oefenruimtes een prioriteit en wijst op problematische huisvestingssituaties — muren die in slechte staat verkeren en huuropzeggingen — die het voortbestaan bedreigen.
- Leegstaand vastgoed: De gemeente moet lege panden actiever inzetten voor cultuur en popactiviteiten; de leegstandverordening is daarvoor een instrument, maar toepassing vraagt maatwerk per locatie.
- Fair Pay en waardering: Artiesten die optreden met gemeentelijke subsidie moeten normaal worden betaald. Fonville benadrukt dat amateuroptredens anders beoordeeld kunnen worden, maar professionele makers horen een eerlijke vergoeding te krijgen.
- Nachtleven en veiligheid: Ze wil een inclusieve, diverse en veilige nacht terugzien in Den Haag. Haar zorg gaat vooral over de route naar huis — slechte verlichting en onveilige plekken — en over bewustwording en aanspreekcultuur. De Nachtburgemeester moet volgens haar serieus worden betrokken, omdat die kennis van de nachtsector biedt.
Achtergrond en betrokkenheid: De PvdD heeft zich eerder ingezet voor broedplaatsen; voormalig raadslid Leonie Gerritsen begon recent bij Popradar, wat volgens Fonville onderdeel is van bredere contacten en niet louter een politieke connectie. Ook verwijst ze naar het coalitieakkoord waarin stimulans voor broedplaatsen staat, maar erkent dat voor elke investering discussie nodig blijft.
Praktisch: Op 12 maart gaan Haagse lijsttrekkenden en kandidaat-raadsleden in PAARD met elkaar in debat over dit soort stellingen, onder leiding van Michiel Breedveld; publiek kan gratis deelnemen na het claimen van een ticket.
Kortom: Fonville ziet popmuziek als verbindende en maatschappelijke waarde die om gerichte, structurele investering vraagt — in geld, in ruimte en in beleid dat ruimte creëert voor vernieuwing en eerlijke vergoeding.