Oukje den Hollander zingt Pfeijffer

zondag, 8 maart 2026 (17:37) - VPRO 3voor12

In dit artikel:

Zangeres en muziektheatermaker Oukje den Hollander brengt met Idyllen haar eerste soloalbum uit, waarin ze fragmenten uit Ilja Leonard Pfeijffers dichtbundel Idyllen op muziek zet. Het project is voortgekomen uit een lang gekoesterde wens om poëzie te zingen; bij het lezen van Pfeijffers teksten kreeg ze meteen muzikale ideeën. Via contact met zijn manager kreeg ze toestemming en veel creatieve vrijheid om de gedichten te bewerken en te bezetten.

In plaats van zelf liedteksten te schrijven koos Oukje bewust voor het gebruik van bestaande poëzie: ze wilde de inhoud en zeggingskracht van Pfeijffers werk recht doen en voelde zich meer een vertaler van woord naar muziek dan een tekstschrijver. Omdat de bundel uit omvangrijke, vaak lange gedichten bestaat, selecteerde ze organisch korte fragmenten die zich voor zang leenden; soms werden teksten ingekort en altijd afgestemd met de dichter.

Musicaal is Idyllen een smeltkroes. Oukje, klassiek opgeleid aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en gewend aan het liedrepertoire van componisten als Schubert en Poulenc, werkte nauw samen met Marijn Korff de Gidts, die fungeert als co-componist en muzikale partner. Nadat zij samen de kaders van de nummers hadden gezet, nodigden ze musici uit diverse achtergronden uit: klassieke strijkers, jazzblazers (waaronder trombonist Kobi Arditi) en pop-geschoolde instrumentalisten zoals bassist Max van Zutphen. Die uiteenlopende bezetting leidde tot een album waarin stijlen en klankkleuren per nummer sterk variëren en waar de tekst telkens leidend bleef bij de keuze van arrangement en instrumentatie.

Oukje wilde ook de thematische breedte van Pfeijffers bundel tonen: naast romantische, lieflijkere teksten verwerkte ze bewust de donkere, maatschappijkritische passages om de volledige toon van Idyllen te bewaren. Voor zwaardere, wereldgerichte fragmenten werden vaker slagwerk en onheilspellende blazers ingezet; voor ingetogen stukken koos ze bijvoorbeeld piano en bas, of eenvoudige blazerlijnen.

De volgorde van de gekozen fragmenten volgt de bundel, omdat Oukje die opeenvolging essentieel vindt voor de onvoorspelbaarheid en het levensechte karakter van de luisterervaring. Haar persoonlijke favorieten op het album zijn We zijn een eiland — de eerste single met videoclip, over verlangen en samen zijn — en De zee, een aangrijpend lied over een vluchtende persoon die de overkant niet haalt. Voor De zee ontstond eerst een pianopartij die de zee en het gevecht verbeeldt; daarover improviseerde Oukje later een melodie die verfijnd werd en met een diepe baspartij extra lading kreeg.

Het resultaat is een genre-overschrijdend debuut waarin poëzie en muziek elkaar versterken: Oukje fungeert als vertolkster die tekstuele miniatuurwerelden omzet in uiteenlopende muzikale portretten, en daarmee zowel intieme als maatschappelijk relevante thema’s aanroert. Het album nodigt luisteraars uit om zowel naar klank als naar inhoud te luisteren en benadrukt dat het zetten van actuele poëzie op muziek nieuwe manieren kan openbaren om over liefde, verlies en de wereld van nu te spreken.