New Tide Festival 2026: de vrijdag
In dit artikel:
Na jaren zonder groots jazzfestijn in de hofstad brengt Amare met New Tide Festival de livejazz terug naar Den Haag, met een programma dat traditionele en hedendaagse vormen verenigt. Het festival ambieert zowel doorgewinterde luisteraars als nieuwsgierige nieuwkomers en zet namen als Brintex Collective, Meshell Ndegeocello, Kurt Rosenwinkel en Candy Dulfer neer, waarmee de stad zich weer als muzikaal knooppunt wil profileren.
De eerste avond toonde tegelijk veelbelovende muziek en kinderziektes van een nieuw evenement. De foyer en Spinoza‑ruimte van Amare — soms zonder podium en met slechts één deur — zorgden voor zicht- en doorstroomproblemen; overijverige beveiliging leidde tot geforceerde momenten, terwijl de DJ in de foyer probeerde het publiek op te warmen. Die praktische tekortkomingen deden weinig af aan de kwaliteit van veel optredens, maar temperden wel de nostalgie naar het oude North Sea Jazz‑gevoel.
Muzikaal viel veel te genieten. In de Spinoza Foyer liet het Imanol Emede Trio fijnzinnig spel horen: de Argentijnse gitarist wisselde heldere melodieën en virtuoze solo’s af met warme interactie van contrabas en drums; het trio is nauw verbonden met het Koninklijk Conservatorium boven Amare. Brintex Collective uit Rotterdam serveerde energieke acid‑jazz en een hybride sound tussen jazz, hiphop en elektronica, waarin persoonlijke songs — onder andere een eerbetoon van bandleider Brenn Luiten aan zijn overleden moeder — extra lading kregen.
Pianist Juraj Stanik met gastgitarist Jesse van Ruller leverde strak samenspel en een ritmische band die het publiek overtuigde, terwijl Meshell Ndegeocello een ingetogen, spirituele set bracht rond haar album No More Water: The Gospel of James Baldwin. Haar optreden was eerder contemplatief dan theatraal, waarbij organist Jake Sherman en het kleine ensemble de thematiek van religie en identiteit muzikaal verbeeldden.
Kleine, intieme projecten kregen ook ruimte: Egle Petrosiute & Djâmen presenteerden 'Songs I Call Home' met een fragiel, huiskamerachtig karakter — opmerkelijk was Djâmens gitaar zonder klankkast — en benadrukten het belang van lokale podia zoals Podium De Nieuwe Kamer, dat recent subsidie verloor. Kurt Rosenwinkel sloot één van de zalen af met lyrische, harmonisch rijke moderne jazz; zijn trio liet Europese verfijning en Braziliaanse invloeden samensmelten tot een ingetogen hoogtepunt.
In de grote zaal veranderde Candy Dulfer het programma in een dansbaar funk‑ en soulfeest. Samen met Nigel Hall en trompettist Eric "Benny" Bloom (van Lettuce) brak ze de formele zithouding en bracht ze een energieke, publieksgerichte set die het publiek uiteindelijk van de stoelen kreeg. Later op de avond leverden Daniel von Piekartz en het Amsterdamse RADIOHOP nog stevige funk‑ en groove‑sets: Von Piekartz trof een eerder luisterend publiek, terwijl RADIOHOP moderne grooves met jazz en hiphop combineerde.
Conclusie: New Tide laat zien dat Den Haag een levendige jazzmarkt kan herbergen: programmatisch sterk en breed van geur en kleur, met zowel kleine parels als publieksvriendelijke podia. Technische en organisatorische verbeteringen zijn nog wenselijk, maar muzikaal biedt het festival genoeg overtuigingskracht om de stad als vernieuwd trefpunt voor jazz te positioneren.