Nationaal Orgelmuseum krijgt 17e-eeuwse orgelluiken in bruikleen
In dit artikel:
Het Nationaal Orgelmuseum in Elburg heeft twee 17e-eeuwse orgelluiken in permanente bruikleen gekregen van Museum Catharijneconvent in Utrecht. Het verzoek om de luiken over te nemen kwam zo’n anderhalf jaar geleden binnen; directeur Wilma Seijbel reageerde direct positief omdat het om zeldzame topstukken gaat. De luiken zijn hoog in de zaal over orgelkunst uit de 17e–18e eeuw gehangen, precies op de plek en hoogte zoals kerkgangers ze destijds zagen.
De luiken behoorden bij een zwaluwnestorgel dat Jan van Covelen in 1525 bouwde voor de Kapel ter Heilige Stede in Amsterdam. Tijdens een uitbreiding in 1636 werden de beschilderde deuren aangebracht; het werk is toegeschreven aan David Colijns, een Amsterdamse tijdgenoot van Rembrandt en lid van het Sint Lucasgilde. Colijns — ongeveer vijfentwintig jaar ouder — oefende stylistische invloed uit op de jonge Rembrandt, zichtbaar in expressieve gelaatsuitdrukkingen, wild haar en dramatische draperingen. In 1871 kreeg de Kapel een nieuw orgel; het oude front ging naar de Sint-Nicolaaskerk van Jutphaas en de luiken kwamen later in het depot van het Catharijneconvent terecht, totdat ze nu voor publiek in Elburg te zien zijn.