Gelijkmatig indie-niveau met uitschieter
In dit artikel:
Out of the Ordinary keerde in 2026 terug voor zijn derde editie in Nobel en Scheltema en bewees opnieuw waarom het festival een breed publiek van ongeveer twintig tot zeventig jaar weet te trekken: eclectische programmering, ruwe podia energie en momenten van rust tussen de harde gitaren. De line‑up varieerde van intieme synthpop en poëtische Nederlandstalige indie tot Britse noiserock en rauwe punk, met optredens die zowel technisch pittig als publiekelijk explosief waren.
Droom Dit mocht de Grote Zaal openen en liet zien waarom het Nederlands‑talige indie‑poplandschap in beweging is. Het zeskoppige collectief rond zanger Sam de Laat combineerde gesproken woord met melodieuze zanglijnen en synthetische lagen, en bleef overeind ondanks een mislukte intro van een nummer. Hun set bouwde in dynamiek op, wisselde staccato‑drums af met lange zanglijnen en leidde tot de eerste moshpit van de dag — veel energie, net binnen de veilige marges.
Grote Geelstaart in Scheltema viel op door zijn contrasterende verschijning: netjes gekleed maar muzikaal juist het tegenovergestelde. Het viertal serveerde gecontroleerde chaos: zware gitaren, wilde synths en manische, verhalende vocalen die soms in schreeuwende dialogen overgingen. Hun repertoire balanceerde tussen epische intermezzo’s en hypnotiserende baslijnen en deed denken aan eerder experimenteel werk van bands als Lightning Bolt en vroege Black Country, New Road.
The Klittens, een volledig vrouwelijke band in kostschooluniformen, zag haar optreden afgeremd door onwennigheid en een (tijdelijke) valpartij. Hun britpop‑achtige, ironisch onderkoelde nummers kwamen pas tegen het einde echt los; de set werd afgesloten met een politieke geste richting Palestina. Kortom: aan potentie geen gebrek, maar nog wat schroom in uitvoering.
Op de vroege avond bood Mood Bored uit Tilburg een oase van dromerige indiepop met shoegaze‑invloeden: pakkende melodieën die uitnodigden tot meezingen en heimwee naar zomeravonden opriepen. Het trio wist vooral jongeren in de zaal aan zich te binden met songs die perfect bij een coming‑of‑agesfeer zouden passen.
Kaat van Stralen toonde zich rechttoe rechtaan en scherpzinnig. Haar nummers combineerden spoken‑wordstructuren met woeste breakdowns en behandelden thema’s rond vrouwenrechten, maatschappelijke verwachtingen en taal als machtsmiddel. Hoogtepunten waren de speelsere, bijna funky momenten en het instrumentale verrassingswerk op de EP‑track ‘Vieze Vlinder’. Haar aanpak maakte van het optreden een geëmancipeerde uitspraak, zowel muzikaal als inhoudelijk.
De Belgische band Oproer verraste met Engels‑talige, synthpop die soms naar de achttiger jaren knipoogde en geleidelijk aan unheimische, duistere lagen openbaarde. Statische bas en dissonante riffs creëerden een onheilspellende sfeer, versterkt door doffe lichtinval en dramatische accenten.
Five‑star punk: Heavy Lungs werd door recensenten als hoogtepunt bestempeld. De Britten uit Bristol leverden een razend tempo en chaotische noiserock: frontman Danny Nedelko dook in het publiek, sprong op de bar en sleepte de zaal mee in uitbundige mayhem. Hun set was entertainend, gevaarlijk energiek en liet geen ruimte voor kille afstand — risico’s werden ruimschoots genomen, tot het punt dat een toeschouwer onhandig viel en een versterker raakte, maar de band speelde onverstoorbaar door.
SNAYX nam het Britse punkstokje over met een rauwere, elektronischer ingestoken sound. Zonder gitaar maar met een pompende bas en agressieve beats kregen zij de Nobel wél omgetoverd tot een mosh‑woestijn; bij een valpartij werden er echter meteen handen uitgestoken om te helpen, wat de gedeelde zorg en verantwoordelijkheid binnen de scène illustreerde.
L.A. Sagne bracht female‑fronted noisepunk en bewees waarom zij tot de 12 van 3voor12 behoren: korte, harde nummers die moshen en dansen opwekten. De band demonstreerde podiumhumor en blootvoetse flair, en kondigde nieuw albumwerk aan dat in maart 2026 uitkomt. BUG leverde daarentegen het gaf het festival het underground‑rave‑moment: techno met punkattitude, een dreunende bas die Scheltema deed schudden en theatrale interactie met het publiek — inclusief het uitreiken van een fles Salmari.
Roufaida vulde Scheltema met een podium vol knopjes en voorgeprogrammeerde texturen, maar vooral met een grote, zuivere stem die Arabische microtonen en samples van strijkers combineerde. Ze zong zowel in het Engels als in Marokkaans‑Arabisch en koppelde haar muzikale urgentie aan politieke betrokkenheid; ze riep het publiek op om aanwezig te zijn bij een rechtszitting in Den Haag over Palestijnen met een Nederlands visum.
TAPE TOY en John Coffey boden variatie en afsluiting: TAPE TOY toonde een breed palet van punk, hiphop‑invloeden en poppunk en bouwt naar een nieuw album in september; John Coffey fungeerde als fysieke, brullende climax met een hardcore‑set waar fans het podium bestormden, verjaardagsjubel en enige mate van chaotische onrust inbegrepen.
Kleine observaties: technische slipjes werden meestal creatief opgevangen; de foodbar behield woordspelende gerechten maar miste een voordelige combo uit eerdere jaren; de platenstand van Plato was een welkom rustpunt. Over het geheel zette Out of the Ordinary weer een eclectisch weekend neer: intieme momenten naast volle pits, politieke zwaarte naast feestlust, en een programmering die zowel gevestigde namen als opwindende nieuwkomers ruimte gaf. De balans tussen risico en zorg viel op — er werd stevig gedanst en gepusht, maar ook naar elkaar omgekeken wanneer het nodig was — precies de mix die het festival zijn karakter geeft.