Dressed Like Boys: urgent, onmisbaar, onvergetelijk

maandag, 16 maart 2026 (08:37) - VPRO 3voor12

In dit artikel:

Op de derde dag van Pukkelpop vulde de Club-tent zich vroeg voor Jelle Denturck, die met zijn soloproject Dressed Like Boys zijn tot dan toe grootste show speelde. Met slechts een handvol uitgebracht materiaal zette hij een intieme, geladen set neer die de zaal muisstil maakte en hier en daar tot tranen roerde. De show volgde op een warm ontvangen debuutalbum, lof op Eurosonic Noorderslag en recent twee MIA’s (Belgische muziekprijzen), waaronder Beste Songwriter.

Denturck, ooit frontman van indierockband DIRK., stopte die band na het gevoel dat zijn teksten niet echt van hem waren. Na een periode van filosofie, meditatie en zelfonderzoek ontstond Dressed Like Boys: een persoonlijker project waarin hij zijn queer identiteit, rouw en zoektocht naar vrijheid openlijk verkent. Muzikaal verschuift hij van bijtende gitaren naar meer piano en kwetsbaarheid, zonder melodie te verloochenen; kritieken vergelijken zijn aanpak met songschrijvers als Sufjan Stevens en Elton John.

De set varieerde van verstilde parels tot uitbarstingen: het luisterlied ‘Our Part Of Town’ was een hoogtepunt, ‘Pinnacles’ kreeg een loeiharde gitaarsolo van Nathan Ysebaert, en ‘Agony Street’ lokte voorzichtig dansen. ‘Finger Trap’ ontvouwde zich bijna barok-achtig. Als toegiften bracht hij solo het indrukwekkende ‘And Then I Woke Up’ en het aangrijpende ‘Gregor Samsa’, een ode aan zijn moeder. De afsluiter, ‘Stonewall Riots Forever’, herleefde de woede en trots van de rellen van 28 juni 1969—het keerpunt dat de Pride-beweging in gang zette.

Tegelijk wijst Denturck op de actuele noodzaak van zulke verhalen: minder dan twee minuten van het festivalterrein werd vorig jaar nog een LGBTQ+-vlag van een café gehaald, en homofobe grappen blijven in sommige uitgaansbuurten hardnekkig. Dressed Like Boys fungeert zo als zachte maar onmiskenbare herinnering aan waarom zichtbaarheid en verzet nog steeds nodig zijn.